koorboek-van-margareta-van-oostenrijk_1_-c-jan-smets.jpg

Het Koorboek

Deze pagina is niet beschikbaar in het Engels. U kan deze pagina vertalen met Google Translate.

De verborgen parel, het Koorboek van Margareta van Oostenrijk

ca 1515

 

De lotgevallen van topstukken verlopen vaak grillig. Het Mechels Koorboek of Koorboek van Margareta van Oostenrijk is daarvan een treffend voorbeeld. Zo zijn er nauwelijks gegevens bekend over de bewaring van dit handschrift. Het is uitzonderlijk goed bewaard, maar draagt geen eigendoms- of herkomstkenmerken. Al kort na de vervaardiging door het atelier van Petrus Alamire, rond 1515, verdween het handschrift uit het zicht.

Het koorboek moest dienen als een prestigieus relatiegeschenk vanwege de Bourgondisch-Habsburgse dynastie. De geplande gebeurtenis ging niet door zodat het zijn oorspronkelijk nut als geschenk verloor. Omtrent de verdere bewaring bestaan slechts hypotheses. Algemeen wordt aangenomen dat het handschrift bewaard bleef in het paleis van Margareta van Oostenrijk in Mechelen, mogelijk ook na 1546 toen de hofhouding definitief naar Brussel verhuisde. Het gebouw werd daarna verkocht aan het stadsbestuur. Kwam het koorboek samen met het gebouw toen al in stadsbezit? Of werd het de eigendom van de volgende bewoners, de beruchte kardinaal Granvelle of de Grote Raad, die tot 1794 in hetzelfde gebouw zetelde? De onbekende eigenaars hebben het kostbare werk in ieder geval eeuwenlang zorgvuldig bewaard.

Pas in 1860 komt een einde aan zijn verborgen bestaan. Na een tip van stadsarchivaris Pieter-Jozef Van Doren publiceerde Alexandre Pinchart een eerste lovende beschrijving in zijn reeks Archives des arts, sciences et lettres. Het handschrift behoorde toen al tot de stedelijke collecties. Hoewel het koorboek sindsdien ruimer bekend werd, verliet het zelden de dikke muren van het Stadsarchief. De Mechelse politici en archivarissen keken streng toe op de zorgvuldige bewaring van dit kunstwerk dat symbool stond voor de gouden bloeiperiode van de stad. Toen James Weale, de Brits-Belgische kunsthistoricus en promotor van de neogotiek in België, in 1885 het koorboek wou ontlenen voor een internationale tentoonstelling in Londen, wees de gemeenteraad zijn aanvraag af wegens te risicovol.

Tijdens het grootste deel van de twintigste eeuw groeide de faam van het handschrift, maar was het zelden buiten de Dijlestad te zien. Pas vanaf de jaren negentig kreeg het publiek het kunstwerk op enkele grote tentoonstellingen in binnen- en buitenland te

zien. De erkenning als Vlaams topstuk in 2007 bevestigde de uitzonderlijke waarde van het Mechels Koorboek, maar benadrukte meteen ook de grote verantwoordelijkheid op het vlak van de conservering van dit kwetsbare handschrift. De Alamire Foundation was zich daar heel bewust van en zorgde voor de digitalisering ervan in 2009. De digitale beelden van zeer hoge kwaliteit werden sindsdien ingezet bij het wetenschappelijk onderzoek en publiekswerking.

Het koorboek is opnieuw te zien in het museum in een zaal die volledig aan polyfonie gewijd wordt. De Bourgondische tijd is een hoogtepunt in de deze veelstemmige muziek. Componisten uit de Lage Landen waren toen al internationaal befaamd, denk maar aan Josquin des Prez, Adriaan Willaert, Heinrich Isaac, Orlandus Lassus. En duizendpoot Petrus Alamire natuuurlijk: een componist, kopiist, instrumentenhandelaar, diplomaat-spion én goede vriend van Hiëronymus van Busleyden.